Liedjesbundel

 

Advokaatje ging op reis

Advokaatje ging op reis, tiereliereliere
Advokaatje ging op reis, tierelierelom

Refrein:
Met z'n hoedje op z'n arm, tiereliereliere
Met z'n hoedje op z'n arm, tierelierelom

Voor een herberg bleef hij staan

Stokvis kreeg hij bij 't ontbijt

Graatje stak hem in zijn keel

Dokter werd er bij gehaald

Maar de dokter kwam te laat

Advokaatje ging toen dood



Alles in de wind

Alles in de wind, alles in de wind.
Daar liep een schipperskind.
Alles in de wind, alles in de wind.
Daar liep een schipperskind.

Kom hier, Roza,
je bent mijn zusje, je bent mijn zusje.
Kom hier Roza,
je bent mijn zusje, ja, ja.

O wat spijt, o wat spijt.
Nu ben 'k mijn zusje kwijt.
O wat spijt, o wat spijt.
Nu ben 'k mijn zusje kwijt.

Kom hier Roza,
je bent een ander, je bent een ander.
Kom hier Roza,
je bent een ander, ja, ja.

Op die brug, op die brug.
Daar vond ik mijn zusje terug.
Op die brug, op die brug.
Daar vond ik mijn zusje terug.

Kom hier Roza,
je bent mijn zusje, je bent mijn zusje.
Kom hier Roza,
je bent mijn zusje, ja, ja.


Zie ook Alles in wind (liefje)


(Klik hier voor de muziek)



Bibelebontse berg

Hier is de sleutel van de bibelebontse berg.
Op de Bibelebontse berg
staat een bibelebonts huis
in dat bibelebontse huis
wonen Bibelebontse mensen
En die Bibelebontse mensen
Hebben Bibelebontse kinderen
En die Bibelebontse kinderen
Eten Bibelebontse pap
Met een Bibelebontse lepel
Uit een Bibelebontse nap!


Catootje

Ik ben met Catootje naar de botermarkt geweest
En zij kon maken wat ze wou
Zij kon maken wat ze wou
Zij kon maken wat ze wou
Zij kon maken wat ze wou

En ze maakte van boter een dominee
Een dominee pardoes
In de kark, in de kark, zei de dominee
In de kark, in de kark, zei de dominee
Een domi-dominee, een domi-dominee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee

Wafelvrouw - kom maar binnen
Toverheks - 'k zal je pakken
Kastelein - eerst betalen
Barones - in de suite
Ouwe heer - heel voorzichtig
Dikke meid - lekker zoenen
Lichtmatroos - mooie benen

Zie ook Catootje (rozenstraat)
En Jan Hinnerik.


Clementine

In een rotskloof in de bergen,
steeds maar zoekende naar goud,
woont een delver met zijn dochter,
nauwelijks achttien jaren oud.

Ref:
Clementine, oh my darling,
Oh my darling, Clementijn,
I love you van top tot tene,
Clementine, du bist mein.

Op een mooie zomermorgen,
voert ze eendjes in de vliet,
maar wie keerde gossiemijne,
Clementine keerde niet.

Ref.

Uit haar roze rode lipjes,
stegen belletjes omhoog,
Clementine kon niet zwemmen,
Clementine zij verzoop.

Ref.

In een rotskloof van 't gebergte,
ligt de as van Clementijn,
en die as bemest de roosjes,
die nu bloeien eens zo fijn.

Ref.


Cowboy Billy Boem

En wie rijdt er op z'n paard door de prairie?
Het is cowboy Billy Boem, door de boeven zeer gevreesd.
Er is nooit in het Wilde Westen 'n cowboy geweest
die zo dapper was als cowboy Billy Boem.

En van je hotsie, knotsie, knetter, van je jippie, jippie, jee,
Maar zijn paard was zeer vermoeid en die wou niet verder mee.
Maar hij moest de boeven vangen dus nam hij een ander beest
en nu mag je zelf bedenken wat voor 'n beest dat is geweest

Vervolgens mag iemand een beest noemen, en het liedje wordt opnieuw gezongen met het genoemde beest in plaats van paard.
Het was voor ons een grote uitdaging om allerlei belachelijke beesten te bedenken om mee door de prairie te rijden, pieren, slakken etc.


Daar liep een oude vrouw op straat

Daar liep een oude vrouw op straat
Jutekei, jutekei, jutekeisasa
Ze had haar rode mutsje op
Jutekei, jutekei, jutekeisasa
En waar die oude vrouw ook liep
vergat ze haar mutsje niet
Jutekei, jutekei, jutekeisasa, jutekeisasa


Daar was ereis een vrouw

Daar was ereis een vrouw,
die koeken bakken zou.
Het meel dat wou niet rijzen,
de pan viel om,
de koeken waren krom
en de man heet Jan van Gijzen


Daar was laatst een meisje loos

Daar was laatst een meisje loos
Die wou gaan varen
Die wou gaan varen
Daar was laatst een meisje loos
Die wou gaan varen als lichtmatroos

Zij moest klimmen in de mast
Maken de zeilen
Maken de zeilen
Zij moest klimmen in de mast
Maken de zeilen met touwtjes vast

Maar door storm en tegenweer
Sloegen de zeilen
Sloegen de zeilen
Maar door storm en tegenweer
Sloegen de zeilen van boven neer

Och, kap'teintje, sla me niet
Ik ben Uw liefje
Ik ben Uw liefje
Och, kap'teintje, sla me niet
Ik ben Uw liefje, zoals U ziet.

Zij moest komen in de kajuit
Kreeg een pak ransel
Kreeg een pak ransel
Zij moest komen in de kajuit
Kreeg een pak ransel, en toen was het uit.


Dat gaat naar Den Bosch toe

Dat gaat naar Den Bosch toe, zoete lieve Gerritje.
Dat gaat naar Den Bosch toe, zoete lieve meid.

Wat zuln wij daar drinken, zoete lieve Gerritje.
Wat zuln wij daar drinken, zoete lieve meid.

Brandewijn met suiker, zoete lieve Gerritje.
Brandewijn met suiker, zoete lieve meid.

Wie zal dat betalen, zoete lieve Gerritje.
Wie zal dat betalen, zoete lieve meid.


Hallo meneer de Uil,

waar brengt u ons naar toe
naar Fabeltjesland
ja, ja naar Fabeltjesland
en leest u ons dan voor uit de Fabeltjeskrant
ja ja uit de Fabeltjeskrant

Want daarin staat precier vermeld
hoe het met de dieren is gesteld
echt waar? echt waar
echt waar meneer de Uil?
Jaaaaaa,

Want dieren zijn precies als mensen
met dezelfde mensenwensen
en dezelfde mensenstreken
dat staat allemaal in de krant
de Fabeltjeskrant, uit Fabeltjesland
uit Fabeltjesland.


De kat van ome Willem

De kat van ome Willem is op reis geweest
op reis geweest, op reis geweest
De kat van ome Willem is op reis geweest
waar ging die dan naar toe?
Hij is voor zeven maanden naar Parijs geweest
Parijs geweest, Parijs geweest
zodat ie nu alleen maar franse kranten leest,
bonjour en voulez-vous.
Hij geeft kopjes op zijn frans
hij heeft zo iets elegants
Hij gaat met de rozenkrans naar de franse katte-draal
Allemaal:
ja, die kat van ome Willem is brutaal!
O lala

Die kat is op een echte franse school geweest
op school geweest, op school geweest
Die kat is op een echte franse school geweest
en zegt nou: O pardon!
Hij is ook op visite bij de Gaulle geweest
de Gaulle geweest, de Gaulle geweest
Hij is ook op visite bij de Gaulle geweest
en zegt voortdurend NON
Zingt een liedje op zijn frans
over de maagd van Orleans
Hij lust enkel nog maar sjuderans
en af en toe cognac
op het dak
en hij wil alleen maar op een franse bak Ja!


De kauwgomballenboom

Midden in het tuintje van m'n ouwe malle oom
staat een kauwgomballenboom een echte kauwgomballenboom.
Met honderdduizend ballen voor een stuiver en een cent, die zie je zomaar
zitten als je uitgeslapen bent.
Ze vallen met z'n allen uit de takken van de boom, midden in het tuintje van
m'n oom.

En elke zondagmiddag is er feest in de straat, dan zingen alle kind'ren en
niemand komt te laat want dan klimt m'n oom naar het topje van de boom.Dan
schudt 'ie aan de takken en de ballen die dan plakken laat 'ie naar beneden
zakken die mogen we dan pakken tot we smikkelen en smakken, midden in het
tuintje van m'n oom.

Weet je wat het beste is in jouw geval neem een kauwgombal een hele grote
kauwgombal. Je hoeft 'em niet te kopen voor een stuiver of een cent, gewoon
een stukje lopen als je uitgeslapen bent.
Dan kom je zonder zoeken bij de kauwgomballenboom middenin het tuintje van
mijn oom.

Want elke zondagmiddag is het feest in de straat, dan zingen alle kind'ren
en niemand komt te laat want dan schudt m'n oom alle ballen uit de boom.
Waarom zit je nog te kniezen, pak je spullen en je biezen, laat je kaken
niet bevriezen, wat heb je te verliezen dan je tanden en je kiezen, leve me
ouwe malle oom!


De stoker en de machinist

De stoker en de machinist,
die hebben de trein die hebben de trein.
De stoker en de machinist,
die hebben de trein gemist.

Ze dronken samen op de stoep,
een kommetje hee, een kommetje hee-
Ze dronken samen op de stoep,
een kommetje hete soep.

Precies om zeven over elf,
toen reed de trein toen reed de trein.
Precies om zeven over elf,
toen reed de trein vanzelf.

En alle mensen riepen luid :
"We willen er gauw we willen er gauw"
En alle mensen riepen luid :
"We willen er gauw weer uit".

En als de trein niet stille staat
dan rijdt ie vana, dan rijdt ie vana
En als de trein niet stille staat
dan rijdt ie vanavond nog!


De uil zat in de olmen
(kanon)
De uil zat in de olmen.
Bij 't vallen van de nacht.
En over gindse heuvels,
daar roept de koekoek zacht.
Koekoek...


De Zilvervloot.

Dr.J.P.Heije. J.J.Viotte.

Heb je van de zilveren vloot wel gehoord,
De zilveren vloot van Spanje?
Die had er veel Spaansche matten aan boord.
En appeltjes van Oranje!

Piet Hein, Piet Hein, Piet Hein, zijn naam is klein,
Zijn daden bennen groot, Zijn daden bennen groot:
Die heeft gewonnen de zilveren vloot,
Die heeft gewonnen, gewonnen de zilvervloot.

Zei toen niet Piet Hein, met een aalwaerig *) woord:
"Wel jongetjes van Oranje,
Kom klim'reis aan dit en dat Spaanscheboord,
En rol me de matten van Spanje!"

Piet Hein, Piet Hein, Piet Hein, zijn naam is klein,
Zijn daden bennen groot, Zijn daden bennen groot:
Die heeft gewonnen de zilveren vloot,
Die heeft gewonnen, gewonnen de zilvervloot.

Klommen niet de jongens als katten in 't want,
En vochten ze niet als leeuwen?
Ze maakten de Spanjers duchtig te schand,
Tot in Spanje klomk hun schreeuwen.

Piet Hein, Piet Hein, Piet Hein, zijn naam is klein,
Zijn daden bennen groot, Zijn daden bennen groot:
Die heeft gewonnen de zilveren vloot,
Die heeft gewonnen, gewonnen de zilvervloot.

Kwam er nu nog eenmaal zoo'n zilveren vloot,
Zeg zou jelui no zoo kloppen?
Of zoudt gij u veilig en wel, buiten schoot,
Maar stil in je hangmat stoppen?

"Wel! Neerlands bloed, Dat bloed heeft nog wel moed!
Al bennen we niet groot, Al bennen we niet groot:
We zouen winnen de zilveren vloot,
We zouen winnen, nog winnen een Zilvervloot!"


Dikkertje Dap
(Annie M.G.Schmidt)

Dikkertje Dap klom op de trap,
's morgens vroeg om kwart over zeven
om de giraf een klontje te geven.
"Dag Giraf", zei Dikkertje Dap,
"weet je wat ik heb gekregen?
Rode laarsjes voor de regen!"
"'t is toch niet waar" zei de giraf,
" Dikkertje (4x) ik sta paf".

"O giraf", zei Dikkertje Dap,
"'k moet je nog veel meer vertellen,
ik kan al drie letters spellen:
a,b,c, is dat niet knap?
Ik kan ook al bijna rekenen,
ik kan mooie poppetjes tekenen!"
" Lieve deugd" zei de Giraf,
"kerel (4x) ik sta paf".

"Zeg Giraf", zei Dikkertje Dap,
"mag ik niet eens even bij je,
stiekem van je nek af glijden?
Zo maar eventjes, voor de grap.
Denk je dat de grond van Artis,
als ik neerkom heel erg hard is?"
" Stap maar op " zei de Giraf,
"stap maar op en glij maar af."

Dikkertje Dap klom van de trap
met een griezelig grote stap
OP de nek van de Giraf
zette Dikkertje Dap zich af,
roetsjj, daar gleed hij met een vaartje,
tot aan 't kwastje van het staartje.

Boem
AU

" Dag giraf," zei Dikertje Dap,
"morgen kom ik weer hier terug met de trap!"


Drie Schuintamboers

Drie Schuintamboers, die kwamen uit het Oosten
Drie Schuintamboers, die kwamen uit het Oosten
Van je rom-bom-wat maal ik er om
Die kwamen uit het Oosten rom-bom

Een van de drie, zag daar een aardig meisje
Een van de drie, zag daar een aardig meisje
Van je rom-bom-wat maal ik erom
Zag daar een aardig meisje rom-bom

Zeg meisjelief, wil jij met mij verkeren?
Zeg meisjelief, wil jij met mij verkeren?
Van je rom-bom-wat maal ik erom
Wil jij met mij verkeren rom-bom

Nou jongeman, dat moet je mijn vader vragen
Nou jongeman, dat moet je mijn vader vragen
Van je rom-bom-wat maal ik erom
Dat moet je mijn vader vragen rom-bom

Zeg ouweheer, mag ik je dochter trouwen?
Zeg ouweheer, mag ik je dochter trouwen?
Van je rom-bom-wat maal ik erom
Mag ik je dochter trouwen rom-bom

Nou jongeman, zeg mij wat is je rijkdom
Nou jongeman, zeg mij wat is je rijkdom
Van rom-bom-wat maal ik erom
Zeg mij wat is je rijkdom rom-bom

Mijn rijkdom is, daar wil ik niet om jokken,
mijn rijkdom is, een trommel met twee stokken
Van rom-bom-wat maal ik erom
Een trommel met twee stokken rom-bom

Nou jongeman, dan kun je haar niet krijgen
Nou jongeman, dan kun je haar niet krijgen
Van rom-bom-wat maal ik erom
Dan kun je haar niet krijgen rom-bom

Zeg ouweheer, ik ben nog wat vergeten
Zeg ouweheer, ik ben nog wat vergeten
Van rom-bom-wat maal ik erom
Ik ben nog wat vergeten rom-bom

Mijn vader is Groot Hertog van Castille
Mijn vader is Groot Hertog van Castille
Van rom-bom-wat maal ik erom
Groot Hertog van Castille rom-bom

Dan jongeman, mag jij mijn dochter trouwen
Dan jongeman, mag jij mijn dochter trouwen
Van je rom-bom-wat maal ik erom
Jij mag mijn dochter trouwen rom-bom

Nee ouweheer, je mag je dochter houwen
Nee ouweheer, je mag je dochter houwen
Van je rom-bom-wat maal ik erom
Nee ouweheer, je mag je dochter houwen rom-bom

Drie schuintamboers, die kwamen uit het Oosten
drie schuintamboers, die kwamen uit het Oosten
van je rom-bom, wat maal ik erom
die kwamen uit het Oosten, rom-bom.

Een van de drie zag daar een knappe deren
Zeg meisje lief, mag ik met jou verkeren?
van je rom-bom, wat maal ik erom
mag ik met jou verkeren? rom-bom.

Zeg jongeman, dat moet je mijn vader vragen.
Zegt die van ja, dan kun je mij behagen
van je rom-bom, wat maal ik erom
dan kun je mij behagen, rom-bom.

Zeg oude heer, mag ik je dochter trouwen?
Zij is voorwaar, de schoonste aller vrouwen!
van je rom-bom, wat maal ik erom
de schoonste aller vrouwen, rom-bom.

Zeg jongeman, zeg mij wat is je rijkdom?
Zeg jongeman, zeg mij wat is je rijkdom?
van je rom-bom, wat maal ik erom
zeg mij wat is je rijkdom, rom-bom.

Mijn rijkdom is, daar wil ik niet om jokken,
mijn rijkdom is, een trommel en twee stokken
van je rom-bom, wat maal ik erom
een trommel en twee stokken, rom-bom.

Zeg jongeman, dan mag je haar niet trouwen,
zeg jongeman, ik wil mijn dochter houwen
van je rom-bom, wat maal ik erom
ik wil mijn dochter houwen, rom-bom.

Zeg oude heer, ik heb nog iets vergeten,
zeg oude heer, dit dient gij nog te weten.
van je rom-bom, wat maal ik erom
dit dient gij nog te weten.

Mijn vader is de hertog van Brittanje,
mijn moeder is de Koningin van Spanje!
van je rom-bom, wat maal ik erom
de Koningin van Spanje, rom-bom.

Zeg jongeman, je mag mijn dochter trouwen!
Zeg oude heer, je mag je dochter houen!
van je rom-bom, wat maal ik erom
je mag je dochter houen, rom-bom

Drie schuintamboers, die kwamen uit het Oosten )bis
van rombom wat maal ik er om,
die kwamen uit het Oosten, van rom.

Een van die drie, zag daar een aardig meisje, )bis

"Zeg meisje lief, wil jij mijn liefste wezen" )bis

"Ja schuintamboer, dat moet je vader vragen )bis

"zeg beste man, mag ik je dochter trouwen? )bis

"Zeg beste man, zeg mij wat is je rijkdom? )bis

"Mijn rijkdom is, daar wil ik niet om jokken,
mijn rijkdom is een trommel met twee stokken.

Neen schuintamboer, mijn kind kun je niet krijgen. )bis

Maar oude man, ik heb nog iets vergeten )bis

mijn vader is groothertog van Castilje )bis

Nu schuintamboer, mag jij mijn dochter trouwen )bis

Nee, oude man, je kan je dochter houden. )bis

verbasterd uit het Frans: jeunes tambours


Een nederlandse amerikaan

Een Nederlandse Amerikaan die zie je al van verren staan,
een Nederlandse Amerikaan die zie je al van verren staan,

refrein:
van voor naar achter van links naar rechts,
van voor naar achter van links naar rechts,
van voor naar achter van links naar rechts
van voor naar achter van links naar rechts

Zijn hoofd lijkt wel een varkenskop,
er staat zowaar geen haar meer op
Zijn hoofd lijkt wel een varkenskop,
er staat zowaar geen haar meer op

refrein.

Z'n neus lijkt wel een zure born
ik wou dat ik er in happen kon
Z'n neus lijkt wel een zure born
ik wou dat ik er in happen kon

refrein.

Zijn hemd lijkt wel een prentenboek,
het hangt een meter uit zijn broek
Zijn hemd lijkt wel een prentenboek,
het hangt een meter uit zijn broek

refrein.

Z'n das lijkt wel een ratelslang
Die is wel zeven meter lang
Z'n das lijkt wel een ratelslang
Die is wel zeven meter lang

refrein.

Zijn broek reikt amper tot zijn kuit,
gestreepte sokken er onderuit.
Zijn broek reikt amper tot zijn kuit,
gestreepte sokken er onderuit.

refrein.

Zijn buik lijkt wel een lucht ballon
Ik wou dat ik er in prikken kon
Zijn buik lijkt wel een lucht ballon
Ik wou dat ik er in prikken kon

refrein.

Maar iemand met een goed verstand
Doet zoiets niet in Nederland!
Maar iemand met een goed verstand
Doet zoiets niet in Nederland!

refrein.

(Het wordt opletten geblazen als het refrein andersom wordt ingezet:
Van achter, naar voren, van rechts, naar links (4X)
Bij elk couplet en refrein met handen en lijf uitbeelden wat gezongen
wordt)


Grote Banaan uit Afrika

De grote banaan uit afrika die danste de hele dag
van je bi boe ba ba nanana en iedereen die het zag zei;
hé waar komt die banaan vandaan hé waar gaat ie naar toe
we dansen die banaan achterna van je bie boe ba la loe

De grote banaan uit afrika die keek toen heel verwonderd
de mensen zongen bi boe ba het waren er wel honderd
ze dansten naar het warme strand
en riepen met z'n allen
lang leve het bananen land
en trap niet op de kwallen
bi boe banana loe

De grote banaan uit afrika die danste de hele dag
van je bi boe ba ba nanana en iedereen die het zag zei;
hé waar komt die banaan vandaan hé waar gaat ie naar toe
we dansen die banaan achterna van je bie boe ba la loe

de grote banaan uit afrika
begon opeens te rennen
hij wilde naar het water toe
om lekker te gaan zwemmen
hij trok zijn gele jasje uit en sprong toen in de golven
daar werd hij door een hodge zee haast helemaal bedolven
bi boe banana loe

die blote banaan uit afrika
die zwom toen de hele dag
want hij ging terug naar afrika en iedereen die het zag zei;
hé waar zou die banaan heen gaan
hé waar gaat ie naar toe
hij zwemt terug naar Afrika van je bie boe ba la loe


Grote meneer Kaktus lied

Laat je handen zien, laat je tanden zien, zijn ze goed gepoetst?
Laat je hersens zien, laat je voeten zien, zijn ze fris genoeg?
Alles schoon? Alles keurig? Meneer Kaktus is tevree!
Alles fris? Alles fleurig? Meneer Kaktus zegt O.K.!

Laat je billen zien, laat je schoenen zien, zijn ze goed geveegd?
Laat je lurven zien, laat je kladden zien,
Waar zitten je lurven en je kladden? Kweetniet!
Alles schoon? Alles keurig? Meneer Kaktus is tevree!
Alles fris? Alles fleurig? Meneer Kaktus zegt O.K.!


Hoofd, schouders, knie en teen

Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen
Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen
oren, ogen,puntje van je neus
hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen


Ik moet dwalen

'k Moet dwalen, 'k moet dwalen,
langs bergen en langs dalen.
Daar komt de kleine springer in het veld
Schuddend met zijn hoofd,
zwaaiend met zijn stok,
stampend met zijn voet,
Kom wij willen dansen gaan, dansen gaan
en de and'ren moeten blijven staan.


In het bos wonen indianen

In het bos, in het bos,
wonen indianen,
ze eten niet,
ze drinken niet,
maar schieten met bananen.
toemba toemba toemba toemba toemba toem-ba

In het bos, in het bos
wonen indianen,
ze weten niet wat pijlen zijn
en schieten met bananen.
toemba toemba toemba toemba toemba toem-ba


Daar wordt aan de deur geklopt

Daar wordt aan de deur geklopt,
zacht geklopt, hard geklopt.
Daar wordt aan de deur geklopt.
Wie zou dat zijn ?
Wees maar gerust mijn kind.
Ik ben een goede vrind.
Want al ben ik zwart als roet,
'k Meen het toch goed.

Want ik kom van Sinterklaas,
Sinterklaas, Sinterklaas.
'k Heb voor jou, m'n kleine baas,
moois in mijn zak.
Ben je wel zoet geweest?
Wees dan maar niet bevreesd!
Kijk, hier zendt Sint Nicolaas
fijn speculaas!

Zwarte Piet, wees wel bedankt;
wel bedankt, wel bedankt!
Nu zal ik aan 't leren gaan,
daar kan j' op aan.
Borstplaatjes, groot in tal,
'k deel ze vanavond al
met mijn lieve zusje klein.
Blij zal ze zijn!


De zak van Sinterklaas

De zak van Sinterklaas,
Sinterklaas, Sinterklaas,
De zak van Sinterklaas,
o jongenens, jongens
het is zo`n baas!
Daar stopt hij, daar stopt hij,
daar stopt hij blij van zin.
De hele, de hele,
de hele wereld in!
De zak van Sinterklaas,
Sinterklaas, Sinterklaas,
De zak van Sinterklaas,
o jongenens, jongens
het is zo`n baas!

Hij is voor groot en klein,
groot en klein, groot en klein,
Hij is voor groot en klein
voorzien van taai en marsepein.
En bergen, en bergen,
En bergen suikergoed,
Zo lekker, zo lekker,
Zo lekker en zo zoet.
Hij is voor groot en klein,
groot en klein, groot en klein,
Hij is voor groot en klein
voorzien van taai en marsepein.

Maar onder in die zak,
in die zak, in die zak,
Maar onder in die zak
daar ligt het hele grote pak,
Voor het lieve, voor het zoete,
voor het lieve zoete kind.
Zeg was jij, zeg was jij,
dit jaar gehoorzaam vrind?
Maar onder in die zak,
in die zak, in die zak,
Maar onder in die zak
daar ligt het hele grote pak.


Dag Sinterklaasje

Dag Sinterklaasje
dag dag dag dag Zwarte Piet.
Dag Sinterklaasje
dag dag luister naar ons afscheidslied.


Hoor de wind waait door de bomen

Hoor de wind waait door de bomen.
Hier in huis zelfs waait de wind.
Zou de goede Sint nog komen,
nu hij 't weer zo lelijk vindt.
Nu hij 't weer zo lelijk vindt.
Ja, hij rijdt in donk're nachten
op zijn paardje, oh zo snel.
Als hij wist hoe zeer wij wachten,
ja gewis, dan kwam hij wel.
Ja gewis, dan kwam hij wel!


Hoor wie klopt daar kind'ren

Hoor wie klopt daar kind'ren,
Hoor wie klopt daar kind'ren.
Hoor wie tikt daar zachtjes tegen 't raam.
't Is een vreemd'ling zeker,
die verdwaalt is zeker.
'k Zal eens even vragen naar zijn naam:
Sint Nicolaas, Sint Nicolaas
brengt ons vanavond een bezoek
en strooit dan wat lekkers
in d' één of andere hoek.

Stoute kind'ren, zegt hij,
krijgen knorren, zegt hij,
of een zakje, zegt hij, met wat zout.
Want je weet wel, zegt hij
dat Sint Nicolaas, zegt hij
van die stoute kind'ren heel niet houdt.
Sint Nicolaas, Sint Nicolaas
brengt ons vanavond een bezoek
en strooit dan wat lekkers
in d' één of andere hoek.


O, kom er eens kijken

O, kom er eens kijken wat ik in mijn schoentje vind,
Alles gekregen van die goede Sint.
Een pop met krulletjes in het haar
een snoezig jurkje kant en klaar
twee kaatseballen in een net
een letter van banket

O, kom er eens kijken wat ik in mijn schoentje vind,
Alles gekregen van die goede Sint.
Een bromtol met een zweep erbij,
een doos blokken, ook voor mij!
En schaatsen en een autoped,
een letter van banket.


Sinterklaas is jarig!

Sinterklaas is jarig!
Ik zet mijn schoen vast klaar.
Licht dat hij hem vol doet met,
ja wist ik het maar.
Hier zet ik wat water
en wat hooi voor 't paard.
Want dat trouwe beestje
is dat heus wel waard.

Als de kleintjes slapen,
komt de goede Sint;
die de brave kinderen
het allermeest bemint.
het paardje, zwaar beladen,
voert hij met zich voort
en zijn knecht vertelt hem
wat hij heeft gehoord.

Toos is ongehoorzaam;
Jantje wel eens lui
en de kleine Piet heeft
vaak een boze bui
Ik was laatst ook ondeugend
Of hij dat ook weet?
Ik mag warempel hopen
dat hij het maar vergeet!


Sinterklaas kapoentje

Sinterklaas kapoentje
gooi wat in mijn schoentje,
gooi wat in mijn laarsje
Dank u, Sinterklaasje.


Sinterklaasje kom maar binnen

Sinterklaasje kom maar binnen met je knecht
want we zitten allemaal even recht
Misschien heeft U nog even tijd
voordat U weer naar Spanje rijdt

Kom dan ook even bij ons aan
en laat je paardje maar buiten staan.
En we zingen en we springen en we zijn zo blij
Want er zijn geen stoute kinderen bij
En we zingen en we springen en we zijn zo blij
Want er zijn geen stoute kinderen bij


Zie de maan schijnt door de bomen

Zie de maan schijnt door de bomen
Makkers staakt uw wild geraas.
't Heerlijk avondje is gekomen
't avondje van Sinterklaas.

Vol verwachting klopt ons hart
Wie de koek krijgt, wie de gard
Vol verwachting klopt ons hart
Wie de koek krijgt, wie de gard

O wat pret zal t'zijn te spelen
Met die bonte harlekijn
Eerlijk zullen w'alles delen
suikergoed en marsepein

maar, o wee, o bittere smart
kregen wij voor koek een gard.
Maar, o wee, wat een bittere smart
kregen wij voor koek een gard!

Maar ik vrees niet dat wij klagen;
Vader, Moeder zijn te goed!
Was het ook niet alle dagen,
meestal waren wij toch zoet.
Ban dus vrij de vrees uit het hart;
Ik wed er ligt geen enkele gard.
Ban dus vrij de vrees uit het hart;
Ik wed er ligt geen enkele gard!


Zie ginds komt de stoomboot

Zie ginds komt de stoomboot uit Spanje weer aan
Hij brengt ons Sint Nicolaas, ik zie hem al staan
Hoe huppelt zijn paardje het dek op en neer
Hoe waaien de wimpels al heen en al weer.

Zijn knecht staat te lachten en roept ons reeds toe :
Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe!
Och lieve Sint Nicolaas, och kom ook bij mij.
En rij dan niet stilletjes ons huisje voorbij.
(En rijd toch ons huisje vooral niet voorbij!)
(en rijd toch niet stilletjes ons huisje voorbij!)

Sint Nicolaas, de bisschop, schrijft op in zijn boek
al wat hij gehoord heeft bij 't jaarlijks bezoek
Wie zoet was, wie stout was hij schrijft het er bij.
Wat zou hij wel schrijven van jou en van mij?


Zwarte Piet ging uit fietsen

Zwarte Piet ging uit fietsen,
toen plofte zijn band.
Toen moest hij gaan lopen,
met de fiets aan zijn hand.
Hij kwam in 'n dorpje,
zei tegen de smit:
"'k Geloof dat in mijn achterband
een pepernootje zit."

De smid moest hard lachen
en zei: "Beste Piet,
in jouw band zit een spijker,
dat jij dat niet ziet."
"Kom even naar binnen,
dan plak ik je band."
"dan kun je weer fietsen
door heel Nederland."


De herdertjes lagen bij nachte

De herdertjes lagen bij nachte
Zij lagen bij nacht in het veld
Zij hielden vol trouwe de wachte
Zij hadden hun schaapjes geteld.
Daar hoorden zij engelen zingen
Hun liederen vloeiend en klaar
De herders naar Bethlehem gingen
Verkondend de blijde maâr [= mare, nieuws]

Toen zij er te Bethlehem kwamen
Daar schoten drie stralen dooreen
Een straal van omhoog zij vernamen
Een straal uit het kribje benee
Toen vlamd' er een straal uit hun ogen
En viel op het kindeke teer
Zij stonden tot schreiens bewogen
En knielden bij Jezus neer.

Maria die bloosde van weelde
van ootmoed en lieflijke vreugd
De goede Sint Jozef hij streelde
het kindje der mensen geneugt
De herders bevalen te weiden
hun schaapkens aan d`engelenschaar
Wij kunnen van 't kribje niet scheiden
Wij wachten het nieuwe jaar.


Er is een kindeke geboren op aard

Er is een kindeke geboren op aard
Er is een kindeke geboren op aard
't Kwam op de aarde voor ons allegaar (allemaal)
't Kwam op de aarde voor ons allegaar (allemaal)

't Kwam op de aarde en 't had er geen huis
't Kwam op de aarde en 't had er geen huis
't Kwam op de aarde en 't droeg al zijn Kruis
't Kwam op de aarde en 't droeg al zijn Kruis

Er is een Kindeke geboren in 't stro
Er is een Kindeke geboren in 't stro
't Lag in een kribbe, bedekt met wat hooi
't Lag in een kribbe, bedekt met wat hooi


Kling klokje klingelingeling

Kling klokje klingelingeling
Kling klokje kling

Laat de boodschap horen
zingen d'engelen koren,
voor die blijde klanken
willen wij God danken.

Kling klokje klingelingeling
Kling klokje kling

Kindje geeft ons leven
zal ons vrede geven,
laat een loflied schallen
vrede voor ons allen.

Kling klokje klingelingeling
Kling klokje kling

Laat de boodschap horen
zingen d'engelen koren,
voor die blijde klanken
willen wij God danken.

Kling klokje klingelingeling
Kling klokje kling


Koetjes in 't stalletje

Koetjes in 't stalletje,
wees toch wat stil.
Hier is een klein kindje,
dat slapen wil.
"Boe," zeggen de koeien.
"Dan zullen we niet meer loeien."

Schaapjes in 't stalletje,
wees toch wat stil.
Hier is een klein kindje
dat slapen wil.
"Beeeh," zeggen de schapen.
"Dan zullen wij ook gaan slapen."


Komt allen tezamen

Komt allen tezamen,
jubelend van vreugde:
Komt nu, o komt nu naar Bethlehem!
Ziet nu de vorst der eng'len hier geboren
Komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden die Koning.

Komt allen tezamen,
komt verheugd van harte
Bethlehems stal in den geest bezocht
Ziet nu dat kindje, ons tot heil geboren
Komt, laten wij aanbidden
komt, laten wij aanbidden
komt, laten wij aanbidden die Koning.

De hemelse englen
riepen eens de herders
weg van de kudde naar 't schamel dak.
Spoeden ook wij ons met eerbiedige schreden!
Komt, laten wij aanbidden
komt, laten wij aanbidden
komt, laten wij aanbidden die Koning.

Het licht van de Vader,
licht van den beginne,
zien wij omsluierd, verhuld in 't vlees:
goddelijk kind, gewonden in de doeken!
Komt, laten wij aanbidden
komt, laten wij aanbidden
komt, laten wij aanbidden die Koning.

O kind, ons geboren,
liggend in de kribbe,
neem onze liefd' in genade aan!
U, die ons liefhebt, U behoort ons harte!
Komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden die Koning.


Maria, die zoude naar Bethlehem gaan

Maria, die zoude naar Bethlehem gaan
Kerstavond voor den noene
Sint Josef zoud' al met haar gaan
Om haar gezelschap te hoeden

Het hageld' en sneeuwde, het was er zo koud
De rijm lag op de daken
En Jozef tot Maria sprak
"Maria wat zullen wij maken?"

Maria die zeide: " Ik ben er zo moe,
laat ons een weinig rusten.
Laat ons een weinig verder gaan,
in een huizeke zullen wij rusten."

Zij kwamen een weinig verder gegaan,
tot aan een boerenschure.
't Is daar waar Heer Jezus geboren werd;
daar sloten noch vensters noch deuren.


Midden in de winternacht

Midden in de winternacht, ging de hemel open.
Die ons heil der wereld bracht, antwoord op ons hopen

Elke vogel zingt zijn lied, herders waarom zingt gij niet
Laat de citers slaan, blaast de fluiten aan
Laat de bel, laat de trom, laat de beltrom horen:
Christus is geboren!

Vrede was er overal, wilde dieren kwamen
Bij de schapen in de stal, en zij speelden samen.

Elke vogel zingt zijn lied, herders waarom zingt gij niet
Laat de citers slaan, blaast de fluiten aan
Laat de bel, laat de trom, laat de beltrom horen:
Christus is geboren!

Ondanks winter sneeuw en ijs, bloeien alle bomen,
want het aardse paradijs is vannacht gekomen.

Elke vogel zingt zijn lied, herders waarom zingt gij niet
Laat de citers slaan, blaast de fluiten aan
Laat de bel, laat de trom, laat de beltrom horen:
Christus is geboren!

Zie daar staat de morgenster, stralend in het duister
Want de dag is niet meer ver, bode van de luister

Die ons weldra op zal gaan, herders blaast uw fluiten aan
Laat de bel bim-bam, laat de trom rom-bom
Kere om, kere om, laat de bel-trom horen
Christus is geboren!


O Denneboom

O denneboom, o denneboom.
Wat zijn je takken wonderschoon
Ik heb je laatst in 't bos zien staan
toen zaten er geen kaarsjes aan.
O, Denneboom, o denneboom.
Wat zijn je takken wonderschoon


M'n tante uit Marokko

'k Heb een tante in Marokko en die komt, hiep, hoi (2X)
'k Heb een tante in Marokko,
een tante in Marokko (2X)
en die komt, hiep, hoi.

Ref:
Zing ik a-ja, jippie, jippie, jee. Hiep, hoi
Zing ik a-ja, jippie, jippie, jee. Hiep, hoi
Zing ik a-ja, jippie, a-ja jippie,
A-ja, jippie, jippie, jee. Hiep, hoi

En ze komt op twee kamelen, als ze komt, hobbel de bobbel (2X)
En ze komt op twee kamelen,
ze komt op twee kamelen, (2X)
als ze komt, hobbel de bobbel.

Ref + hobbel de bobbel (na Hiep, hoi)

En we braden dan een varken aan het spit, knor, knor (2X)
En we braden dan een varken,
we braden dan een varken, (2X)
aan het spit, knor, knor

Ref 2 + knor, knor

En dan drinken we een cola tot besluit, blub, blub. (2X)
En dan drinken we een cola
dan drinken we een cola (2X)
tot besluit, blub, blub

Ref 3 + blub, blub

En dan gaat ze met de sneltrein weer naar huis, tuut, tuut (2X)
En dan gaat ze met de sneltrein
dan gaat ze met de sneltrein (2X)
weer naar huis, tuut, tuut

Ref 4 + tuut, tuut


(De geluiden kunnen gezongen, geroepen of 'levensecht' gedaan worden. De
truc is om de volgorde goed te houden)


Ouwe Harm

Ouwe Harm die had een farm, hia hia ho
En op die farm had hij een kip, hia hia ho
en een tok tok hier en een tok tok daar
hier een tok daar een tok, overal een tok tok.

En op die farm had hij een koe..
En een boeboe hier, enz.
Eend..........kwak kwak
Hond........waf waf
Kat..........mauw mauw
muis........piep piep
zwijn.........grn grn.

(old MacDonald)


Ritselman

tekst en muziek: Toon Hermans.
bron: Ritselman en andere liedjes, uitgeverij De Fontein, Baarn 1982,
de aanwijzingen tussen haakjes staan ook in het origineel

Op de bol van Ritselman
Oranje! Oranje! (uitroepen)
groeide op een zonderdag
Champagne! Champagne! (uitroepen)
en Ritselman die dronk ervan
en viel met zijn bips in de koekepan.
Op de bol van Ritselman
groeien nu kastanjes.
(Gehele vers herhalen en tempo opvoeren tot zeer snel)


Keesie de Jordaan

Voor de groenten winkel stond
Keesie de jordaan
zwaaiend sprak hij tot zijn baas
geef mij een banaan

maar de baas die was die dag
gladweg uitverkocht
en dacht toen dat kleine Kees
ruzie met hem zocht

Maar de baas zei:
Ja, ik heb geen bananen
ik heb geen bananen vandaag
ik heb radijsjes hele mooie
witte en rooie
maar ja, ik heb geen bananen
ik heb geen bananen vandaag.

Plotseling vloog een rode kool
door de winkelruit BOEM
en toen volgde een meloen
in de baas zijn snuit pats

De baas zijn snuit zat vol met sap, Kees ging voor hem staan.
LELIJKE MELOENENKOP geef mij een banaan


Zat een klein zigeunermeisje

Zat een klein zigeunermeisje,
huilend op een steen.
Huilend, huilend helemaal alleen
Sta op meisje lief en droog je traantjes af
kies een kindje uit de kring
die met je dansen mag
Tra la la la la la la la la la la.
Tra la, tra la, tra la la la la.
Tra la la la la la la la la la la.
Tra la la la la la la la la la la la la.

Deze handige leidjesbundel kunnen we jullie presenteren dankzij Chantal Smeekens